Rotterdam West

Hoe liefde kan verbleken en omslaan in het tegendeel.


Dat is de korte samenvatting van de ontwikkeling die Olaf Mooij's oeuvre heeft doorgemaakt in de afgelopen twintig jaar.
Mooij staat wijd en zijd bekend als ‘de Rotterdamse automobielkunstenaar’. Zijn werk staat in het teken van de autocultuur die is doorgedrongen tot in de diepste haarvaten van onze samenleving. De gemotoriseerde vierwieler was in eerste instantie vooral een symbool van vrijheid en creativiteit. Hij was een verlengstuk van onze leefwereld, een extra kamer van onze woning. De auto was tevens een spiegel voor of beter nog: een weerspiegeling van onze identiteit. De BOVAG-slogan ‘blij dat ik rij’ stond al snel gelijk aan ‘ik rij dus ik ben’ en ‘ik ben wat ik rij’. Mooij had zelfs een complete cultus rond de ‘heilige koe van het kapitalisme’ gebouwd, inclusief gewijde kapel en lijkwade.
Aan die blijmoedige omarming van de autocultuur kwam een einde toen het besef indaalde dat fossiele brandstoffen grotendeels verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering. Het ooit positieve symbool verwerd tot een factor van vernietiging. Die transformatie is duidelijk zichtbaar in Mooij's oeuvre, dat zichtbaar zwartgalliger is geworden. Zo hebben zijn nieuwste beelden destructieve zaagbladwielen en zijn miniatuurauto’s samengesmolten tot een agressieve knots. De verheerlijking van de bolide is omgeslagen in perversie, die het sterkste wordt belichaamd door de mannen met kappen die als priesters in een Spaanse Paasprocessie de knots als hun idool ronddragen om zo goddelijke genade af te dwingen.
Terwijl in Mooij's eerdere werk de projectie van menselijke eigenschappen en wensen op auto’s een hoofdrol speelde, draait het nu veel meer om gedrag. Zoals de gewoonte om langs de kant van de weg lachgas te gebruiken, een recreatieve drug die dubbelzinnig genoeg ook in verbrandingsmotoren wordt geïnjecteerd voor een paar extra pk’s. De schade is meervoudig. Ampullen worden in de berm gesmeten. Gebruikers drukken overmoedig het pedaal diep in en veroorzaken zowel luchtvervuiling als ernstige ongelukken.
Mooij hekelt deze aan cynisme grenzende vorm van escapisme. Maar zijn verontwaardiging is niet zonder humor of kunsthistorische knipoog, de schreeuw van 'Munch' of 'Dali’s schedel' zijn in zijn werk te herkennen. Ook nostalgie krijgt een plek in de vorm van Meccano speelgoed dat gebruikt wordt in modellen. Maar die verwijzingen naar het verleden hebben wel een droevige bijklank. Het ongebreidelde geloof in voortgang door technologie is immers van zijn voetstuk gevallen. En de auto is getransformeerd van statussymbool tot zondebok.

Share by: